voorval
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een onverwachte en uitzonderlijke gebeurtenis
zelfstandig naamwoord — neuter
- een onverwachte, uitzonderlijke, opmerkelijke gebeurtenis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorvallen | meervoud |
| voorvalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorvalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorvallen
Vervoeging van voorval
voorvalhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van voor en val , (stam van het werkwoord vallen)
Woordfamilie van voorval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorvalletje | verkleinwoord | voorval |
| voorvalletjes | verkleinwoord meervoud | voorval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorval zijn vastgelegd.