Naar de inhoud

voortslepen

slepend doen voortbewegen

voortslepen

werkwoord

Betekenis

  1. slepend doen voortbewegen
  2. zich ~: zich met grote moeite voortbewegen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van voortslepen

voortslepenhele werkwoord — sleepte voortverleden tijd enkelvoud — sleepten voortverleden tijd meervoud — voortgesleeptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sleep voort sleepte voort
jij sleept voort sleepte voort
hij, zij, het sleept voort sleepte voort
wij slepen voort sleepten voort
jullie slepen voort sleepten voort
zij slepen voort sleepten voort
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voortgesleept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voortgesleept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voortgesleept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voortgesleept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voortgesleept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voortgesleept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voortgesleept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voortgesleept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voortgesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voortgesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voortgesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voortgesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voortgesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voortgesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voortgesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voortgesleept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sleep u/je voort, sleept je voort gebiedende wijs
sleep voort gebiedende wijs
sleepte voort verleden tijd
te hebben voortgesleept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voortslepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort te slepen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voort te zullen slepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort zal slepen bijzin, toekomende tijd
voort zou slepen bijzin, voorwaardelijk
voort zouden slepen bijzin, voorwaardelijk
voort zoudt slepen bijzin, voorwaardelijk
voort zullen slepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voort zullen slepen bijzin, toekomende tijd
voort zult slepen bijzin, toekomende tijd
voortgesleept verleden tijd, deelwoord
voortgesleept te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voortgesleept te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voortgesleept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgesleept te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgesleept te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgesleept worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voortgesleept zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voortgesleept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortgesleept zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortgesleept zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortsleep bijzin, tegenwoordige tijd
voortsleept bijzin, tegenwoordige tijd
voortsleepte bijzin, verleden tijd
voortsleepten bijzin, verleden tijd
voortslepend onvoltooid, deelwoord
waart voortgesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voortgesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voortgesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voortgesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voortgesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voortgesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me voortslepen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal voortgesleept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgesleept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voortgesleept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voortgesleept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgesleept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voortslepen bijzin, toekomende tijd
zal zich voortslepen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je voortslepen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich voortgesleept hebben verleden tijd
zich voortslepend onvoltooid, deelwoord
zijn voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voortgesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voortslepen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voortslepen voort zou(dt) slepen bijzin, voorwaardelijk
zouden voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voortslepen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voortgesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortgesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voortslepen bijzin, voorwaardelijk
zullen je voortslepen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons voortslepen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen voortgesleept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voortgesleept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voortgesleept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortgesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortgesleept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van voort en slepen

Woordfamilie van voortslepen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sleep voort gebiedende wijs voortslepen
sleept voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voortslepen
sleepte voort verleden tijd voortslepen
sleepten voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voortslepen
slepe voort woordvorm voortslepen
slepen voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voortslepen
voortgesleept voltooid deelwoord voortslepen
voortgesleepte woordvorm voortslepen
voortsleep subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortslepen
voortsleept subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortslepen
voortsleepte subordinate-clause, verleden tijd voortslepen
voortsleepten subordinate-clause, verleden tijd voortslepen
voortslepe with-subordinate-clause voortslepen
voortslepend onvoltooid deelwoord voortslepen
voortslepende woordvorm voortslepen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortslepen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voortslepen

Wat betekent voortslepen?
Voortslepen is een werkwoord. Het woord betekent: slepend doen voortbewegen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voortslepen?
Je vervoegt voortslepen als volgt: het voltooid deelwoord is voortgesleept. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voortslepen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. S 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voortslepen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. S 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voortslepen in het kort

voortslepen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voortslepen zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voortslepen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voortslepen: slepend doen voortbewegen
Deel voortslepen — standaardnederlands.nl