Naar de inhoud

voortschrijden

geleidelijk verder verlopen

voortschrijden

werkwoord

Betekenis

  1. geleidelijk verder verlopen

Vervoeging van voortschrijden

voortschrijdenhele werkwoord — schreed voortverleden tijd enkelvoud — schreden voortverleden tijd meervoud — voortgeschredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijd voort schreed voort
jij schrijdt voort schreed voort
hij, zij, het schrijdt voort schreed voort
wij schrijden voort schreden voort
jullie schrijden voort schreden voort
zij schrijden voort schreden voort
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schreed voort verleden tijd
schrijd voort gebiedende wijs
te zijn voortgeschreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voortschrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort te schrijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voort te zullen schrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort zal schrijden bijzin, toekomende tijd
voort zou schrijden bijzin, voorwaardelijk
voort zouden schrijden bijzin, voorwaardelijk
voort zoudt schrijden bijzin, voorwaardelijk
voort zullen schrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voort zullen schrijden bijzin, toekomende tijd
voort zult schrijden bijzin, toekomende tijd
voortgeschreden verleden tijd, deelwoord
voortgeschreden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgeschreden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortschreden bijzin, verleden tijd
voortschreed bijzin, verleden tijd
voortschreedt bijzin, verleden tijd
voortschrijd bijzin, tegenwoordige tijd
voortschrijdend onvoltooid, deelwoord
voortschrijdt bijzin, tegenwoordige tijd
waart voortgeschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgeschreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voortgeschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgeschreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voortgeschreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voortgeschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voortgeschreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voortschrijden bijzin, toekomende tijd
zijn voortgeschreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voortgeschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voortschrijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voortschrijden voort zou(dt) schrijden bijzin, voorwaardelijk
zouden voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voortschrijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt voortgeschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voortschrijden bijzin, voorwaardelijk
zullen voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortschrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voortschrijden bijzin, toekomende tijd
zult voortgeschreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voortschrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voortschrijden bijzin, toekomende tijd
zult/zal voortschrijden voort zult/zal schrijden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voort en schrijden

Woordfamilie van voortschrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schreden voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voortschrijden
schreed voort verleden tijd voortschrijden
schrijd voort gebiedende wijs voortschrijden
schrijde voort woordvorm voortschrijden
schrijden voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voortschrijden
schrijdt voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voortschrijden
voortgeschreden voltooid deelwoord voortschrijden
voortschreden subordinate-clause, verleden tijd voortschrijden
voortschreed subordinate-clause, verleden tijd voortschrijden
voortschrijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortschrijden
voortschrijde with-subordinate-clause voortschrijden
voortschrijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortschrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortschrijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voortschrijden

Wat is de betekenis van voortschrijden?
Voortschrijden is een werkwoord. De betekenis is: geleidelijk verder verlopen.
Hoe vervoeg ik voortschrijden?
Zo vervoeg je voortschrijden zo: het voltooid deelwoord is voortgeschreden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voortschrijden is 32 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. S 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. R 2
  10. I 1
  11. J 4
  12. D 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 32 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voortschrijden levert met Wordfeud minimaal 33 en maximaal 129 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. S 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. R 2
  10. I 2
  11. J 4
  12. D 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 33 zonder bonus
  16. 129 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voortschrijden in het kort

voortschrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voortschrijden staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voortschrijden bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voortschrijden: geleidelijk verder verlopen
Deel voortschrijden — standaardnederlands.nl