voortschrijden
werkwoordBetekenis
- geleidelijk verder verlopen
Vervoeging van voortschrijden
voortschrijdenhele werkwoord — schreed voortverleden tijd enkelvoud — schreden voortverleden tijd meervoud — voortgeschredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrijd voort | schreed voort |
| jij | schrijdt voort | schreed voort |
| hij, zij, het | schrijdt voort | schreed voort |
| wij | schrijden voort | schreden voort |
| jullie | schrijden voort | schreden voort |
| zij | schrijden voort | schreden voort |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schreed voort | verleden tijd |
| schrijd voort | gebiedende wijs |
| te zijn voortgeschreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voortschrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voort te schrijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voort te zullen schrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voort zal schrijden | bijzin, toekomende tijd |
| voort zou schrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| voort zouden schrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| voort zoudt schrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| voort zullen schrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voort zullen schrijden | bijzin, toekomende tijd |
| voort zult schrijden | bijzin, toekomende tijd |
| voortgeschreden | verleden tijd, deelwoord |
| voortgeschreden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voortgeschreden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voortschreden | bijzin, verleden tijd |
| voortschreed | bijzin, verleden tijd |
| voortschreedt | bijzin, verleden tijd |
| voortschrijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voortschrijdend | onvoltooid, deelwoord |
| voortschrijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voortgeschreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voortschrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn voortgeschreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voortgeschreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voortschrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) voortschrijden voort zou(dt) schrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voortschrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voortgeschreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voortschrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voortschrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen voortschrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult voortgeschreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voortschrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult voortschrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal voortschrijden voort zult/zal schrijden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van voort en schrijden
Woordfamilie van voortschrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schreden voort | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voortschrijden |
| schreed voort | verleden tijd | voortschrijden |
| schrijd voort | gebiedende wijs | voortschrijden |
| schrijde voort | woordvorm | voortschrijden |
| schrijden voort | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voortschrijden |
| schrijdt voort | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voortschrijden |
| voortgeschreden | voltooid deelwoord | voortschrijden |
| voortschreden | subordinate-clause, verleden tijd | voortschrijden |
| voortschreed | subordinate-clause, verleden tijd | voortschrijden |
| voortschrijd | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voortschrijden |
| voortschrijde | with-subordinate-clause | voortschrijden |
| voortschrijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voortschrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortschrijden zijn vastgelegd.