Naar de inhoud

voorslaan

voorstellen, voordragen

voorslaan

werkwoord ˈvorslan

Betekenis

  1. voorstellen, voordragen

Hoe spreek je voorslaan uit?

/ˈvorslan/

Voorslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvorslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
s sok
l land
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van voorslaan

voorslaanhele werkwoord — sloeg voorverleden tijd enkelvoud — sloegen voorverleden tijd meervoud — voorgeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla voor sloeg voor
jij slaat voor sloeg voor
hij, zij, het slaat voor sloeg voor
wij slaan voor sloegen voor
jullie slaan voor sloegen voor
zij slaan voor sloegen voor
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had voorgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sla voor gebiedende wijs
sloeg voor verleden tijd
te hebben voorgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal slaan bijzin, toekomende tijd
voor zou slaan bijzin, voorwaardelijk
voor zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
voor zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen slaan bijzin, toekomende tijd
voor zult slaan bijzin, toekomende tijd
voorgeslagen verleden tijd, deelwoord
voorgeslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorsla bijzin, tegenwoordige tijd
voorslaand onvoltooid, deelwoord
voorslaat bijzin, tegenwoordige tijd
voorsloeg bijzin, verleden tijd
voorsloegen bijzin, verleden tijd
zal voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorslaan bijzin, toekomende tijd
zou voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorslaan voor zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorslaan bijzin, toekomende tijd
zult voorgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voorslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voorslaan bijzin, toekomende tijd
zult/zal voorslaan voor zult/zal slaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voor en slaan

Woordfamilie van voorslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sla voor gebiedende wijs voorslaan
slaan voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorslaan
slaat voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorslaan
sloeg voor verleden tijd voorslaan
sloegen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorslaan
voorgeslagen voltooid deelwoord voorslaan
voorsla subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorslaan
voorslaand onvoltooid deelwoord voorslaan
voorslaande woordvorm voorslaan
voorslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorslaan
voorsloeg subordinate-clause, verleden tijd voorslaan
voorsloegen subordinate-clause, verleden tijd voorslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorslaan zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over voorslaan

Hoe spreek je voorslaan uit?
De uitspraak van voorslaan is: /ˈvorslan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent voorslaan?
Voorslaan is een werkwoord. Het woord betekent: voorstellen, voordragen.
Hoe vervoeg je voorslaan?
Je vervoegt voorslaan als volgt: het voltooid deelwoord is voorgeslagen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorslaan is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. L 3
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorslaan levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. L 3
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorslaan in het kort

voorslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voorslaan zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorslaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorslaan: voorstellen, voordragen
Deel voorslaan — standaardnederlands.nl