Naar de inhoud

voorproeven

vooraf aan het eigenlijke eten proeven

voorproeven is meer dan één woord

voorproeven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. vooraf aan het eigenlijke eten proeven

Vervoeging van voorproeven

voorproevenhele werkwoord — proefde voorverleden tijd enkelvoud — proefden voorverleden tijd meervoud — voorgeproefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik proef voor proefde voor
jij proeft voor proefde voor
hij, zij, het proeft voor proefde voor
wij proeven voor proefden voor
jullie proeven voor proefden voor
zij proeven voor proefden voor
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgeproefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgeproefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgeproefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgeproefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgeproefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgeproefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgeproefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgeproefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgeproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgeproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgeproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgeproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgeproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgeproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgeproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgeproefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
proef voor gebiedende wijs
proefde voor verleden tijd
te hebben voorgeproefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorproeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te proeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen proeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal proeven bijzin, toekomende tijd
voor zou proeven bijzin, voorwaardelijk
voor zouden proeven bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt proeven bijzin, voorwaardelijk
voor zullen proeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen proeven bijzin, toekomende tijd
voor zult proeven bijzin, toekomende tijd
voorgeproefd verleden tijd, deelwoord
voorgeproefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgeproefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgeproefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeproefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeproefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeproefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgeproefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgeproefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgeproefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgeproefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorproef bijzin, tegenwoordige tijd
voorproefde bijzin, verleden tijd
voorproefden bijzin, verleden tijd
voorproeft bijzin, tegenwoordige tijd
voorproevend onvoltooid, deelwoord
waart voorgeproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgeproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgeproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgeproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgeproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgeproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgeproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgeproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgeproefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeproefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorproeven bijzin, toekomende tijd
zijn voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgeproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorproeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorproeven voor zou(dt) proeven bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorproeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgeproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgeproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorproeven bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgeproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgeproefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgeproefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgeproefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorproeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorproeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorproeven bijzin, toekomende tijd
zult voorgeproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voorproef

Herkomst

samenstelling van voor en proeven

Woordfamilie van voorproeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
proef voor gebiedende wijs voorproeven
proefde voor verleden tijd voorproeven
proefden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorproeven
proeft voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorproeven
proeve voor woordvorm voorproeven
proeven voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorproeven
voorgeproefd voltooid deelwoord voorproeven
voorgeproefde woordvorm voorproeven
voorproefde subordinate-clause, verleden tijd voorproeven
voorproefden subordinate-clause, verleden tijd voorproeven
voorproeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorproeven
voorproeve with-subordinate-clause voorproeven
voorproevend onvoltooid deelwoord voorproeven
voorproevende woordvorm voorproeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorproeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorproeven

Wat is de betekenis van voorproeven?
Voorproeven is een werkwoord. De betekenis is: vooraf aan het eigenlijke eten proeven.
Hoe vervoeg ik voorproeven?
Zo vervoeg je voorproeven zo: het voltooid deelwoord is voorgeproefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorproeven is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. P 3
  6. R 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorproeven levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. P 4
  6. R 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorproeven in het kort

voorproeven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van voorproeven staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voorproeven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voorproeven: vooraf aan het eigenlijke eten proeven
Deel voorproeven — standaardnederlands.nl