voorproef
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een voorlopige test
- voorbeeld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorproefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorproefjes | verkleinwoord, meervoud |
| voorproeven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorproeven
Vervoeging van voorproef
voorproefhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van voor en proef
Woordfamilie van voorproef
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorproefje | verkleinwoord | voorproef |
| voorproefjes | verkleinwoord meervoud | voorproef |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorproef zijn vastgelegd.