Naar de inhoud

voorliegen

een leugen vertellen aan

voorliegen

werkwoord

Betekenis

  1. een leugen vertellen aan

Vervoeging van voorliegen

voorliegenhele werkwoord — loog voorverleden tijd enkelvoud — logen voorverleden tijd meervoud — voorgelogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lieg voor loog voor
jij liegt voor loog voor
hij, zij, het liegt voor loog voor
wij liegen voor logen voor
jullie liegen voor logen voor
zij liegen voor logen voor
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is voorgelogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgelogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgelogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgelogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgelogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgelogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgelogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgelogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgelogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgelogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgelogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgelogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgelogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgelogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgelogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgelogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgelogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lieg voor gebiedende wijs
loog voor verleden tijd
te hebben voorgelogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te liegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen liegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal liegen bijzin, toekomende tijd
voor zou liegen bijzin, voorwaardelijk
voor zouden liegen bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt liegen bijzin, voorwaardelijk
voor zullen liegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen liegen bijzin, toekomende tijd
voor zult liegen bijzin, toekomende tijd
voorgelogen verleden tijd, deelwoord
voorgelogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgelogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorlieg bijzin, tegenwoordige tijd
voorliegend onvoltooid, deelwoord
voorliegt bijzin, tegenwoordige tijd
voorlogen bijzin, verleden tijd
voorloog bijzin, verleden tijd
zal voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorliegen bijzin, toekomende tijd
zou voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorliegen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorliegen voor zou(dt) liegen bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorliegen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgelogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorliegen bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorliegen bijzin, toekomende tijd
zult voorgelogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voorliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voorliegen bijzin, toekomende tijd
zult/zal voorliegen voor zult/zal liegen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voor en liegen

Woordfamilie van voorliegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
lieg voor gebiedende wijs voorliegen
liege voor woordvorm voorliegen
liegen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorliegen
liegt voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorliegen
logen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorliegen
loog voor verleden tijd voorliegen
voorgelogen voltooid deelwoord voorliegen
voorlieg subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorliegen
voorliege with-subordinate-clause voorliegen
voorliegend onvoltooid deelwoord voorliegen
voorliegende woordvorm voorliegen
voorliegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorliegen
voorlogen subordinate-clause, verleden tijd voorliegen
voorloog subordinate-clause, verleden tijd voorliegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorliegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorliegen

Wat is de betekenis van voorliegen?
Voorliegen is een werkwoord. De betekenis is: een leugen vertellen aan.
Hoe vervoeg ik voorliegen?
Zo vervoeg je voorliegen zo: het voltooid deelwoord is voorgelogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorliegen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorliegen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorliegen in het kort

voorliegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voorliegen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voorliegen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voorliegen: een leugen vertellen aan
Deel voorliegen — standaardnederlands.nl