Naar de inhoud

voorbijsteken

(België) voorbijrijden, inhalen

voorbijsteken

werkwoord

Betekenis

  1. (België) voorbijrijden, inhalen
  2. overtreffen, voorbijstreven, inhalen

werkwoord

  1. voorbijrijden, inhalen transitive

Vervoeging van voorbijsteken

voorbijstekenhele werkwoord — stak voorbijverleden tijd enkelvoud — staken voorbijverleden tijd meervoud — voorbijgestokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steek voorbij stak voorbij
jij steekt voorbij staakt voorbij
hij, zij, het steekt voorbij stak voorbij
wij steken voorbij staken voorbij
jullie steken voorbij staken voorbij
zij steken voorbij staken voorbij
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorbijgestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorbijgestoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorbijgestoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorbijgestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorbijgestoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorbijgestoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorbijgestoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorbijgestoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorbijgestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stak voorbij verleden tijd
steek voorbij gebiedende wijs
te hebben voorbijgestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorbijsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbij te steken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbij te zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbij zal steken bijzin, toekomende tijd
voorbij zou steken bijzin, voorwaardelijk
voorbij zouden steken bijzin, voorwaardelijk
voorbij zoudt steken bijzin, voorwaardelijk
voorbij zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbij zullen steken bijzin, toekomende tijd
voorbij zult steken bijzin, toekomende tijd
voorbijgestoken verleden tijd, deelwoord
voorbijgestoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbijgestoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbijgestoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbijgestoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbijgestoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbijgestoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorbijgestoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorbijgestoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbijgestoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbijgestoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbijstaakt bijzin, verleden tijd
voorbijstak bijzin, verleden tijd
voorbijstaken bijzin, verleden tijd
voorbijsteek bijzin, tegenwoordige tijd
voorbijsteekt bijzin, tegenwoordige tijd
voorbijstekend onvoltooid, deelwoord
waart voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorbijgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorbijgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voorbijgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbijgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorbijgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorbijgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbijgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorbijsteken bijzin, toekomende tijd
zijn voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorbijgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorbijsteken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorbijsteken voorbij zou(dt) steken bijzin, voorwaardelijk
zouden voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorbijsteken bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorbijgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbijgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorbijsteken bijzin, voorwaardelijk
zullen voorbijgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorbijgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorbijgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorbijgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorbijgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorbijgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorbijgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorbijsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorbijsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorbijsteken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voorbij en steken

Woordfamilie van voorbijsteken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stak voorbij verleden tijd voorbijsteken
staken voorbij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorbijsteken
steek voorbij gebiedende wijs voorbijsteken
steekt voorbij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorbijsteken
steke voorbij woordvorm voorbijsteken
steken voorbij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorbijsteken
voorbijgestoken voltooid deelwoord voorbijsteken
voorbijstak subordinate-clause, verleden tijd voorbijsteken
voorbijstaken subordinate-clause, verleden tijd voorbijsteken
voorbijsteek subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorbijsteken
voorbijsteekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorbijsteken
voorbijsteke with-subordinate-clause voorbijsteken
voorbijstekend onvoltooid deelwoord voorbijsteken
voorbijstekende woordvorm voorbijsteken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorbijsteken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorbijsteken

Wat is de betekenis van voorbijsteken?
Voorbijsteken is een werkwoord. De betekenis is: (België) voorbijrijden, inhalen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik voorbijsteken?
Zo vervoeg je voorbijsteken zo: het voltooid deelwoord is voorbijgestoken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorbijsteken is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorbijsteken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. I 2
  7. J 4
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorbijsteken in het kort

voorbijsteken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van voorbijsteken staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voorbijsteken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voorbijsteken: (België) voorbijrijden, inhalen
Deel voorbijsteken — standaardnederlands.nl