Naar de inhoud

voetballen

een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag worden

voetballen is meer dan één woord

voetballen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvudbɑlə(n)

Betekenis

  1. een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag worden

Hoe spreek je voetballen uit?

/ˈvudbɑlən/

Voetballen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvudbɑlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
u boek
d dak
b bak
ɑ bad
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van voetballen

voetballenhele werkwoord — voetbaldeverleden tijd enkelvoud — voetbaldenverleden tijd meervoud — gevoetbaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voetbal voetbalde
jij voetbalt voetbalde
hij, zij, het voetbalt voetbalde
wij voetballen voetbalden
jullie voetballen voetbalden
zij voetballen voetbalden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gevoetbald verleden tijd, deelwoord
gevoetbald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoetbald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevoetbald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevoetbald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevoetbald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevoetbald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevoetbald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevoetbald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevoetbald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoetbald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoetbald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevoetbald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te voetballen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voetballen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voetbal gebiedende wijs
voetbalde verleden tijd
voetballe aanvoegende wijs
voetballend onvoltooid, deelwoord
zal gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevoetbald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voetballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voetballen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevoetbald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voetballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voetbal

Herkomst

Afgeleid van voetbal met het achtervoegsel -en of

Woordfamilie van voetballen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevoetbald voltooid deelwoord voetballen
voetbalde verleden tijd voetballen
voetbalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voetballen
voetballe aanvoegende wijs voetballen
voetballend onvoltooid deelwoord voetballen
voetballende woordvorm voetballen
voetbalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voetballen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voetballen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over voetballen

Hoe spreek ik voetballen uit?
Zo spreek je voetballen uit: /ˈvudbɑlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van voetballen?
Voetballen is een werkwoord. De betekenis is: een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag worden.
Hoe vervoeg ik voetballen?
Zo vervoeg je voetballen zo: de tegenwoordige tijd is voetbal, de verleden tijd is voetbalde en het voltooid deelwoord is gevoetbald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voetballen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. B 3
  6. A 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voetballen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. B 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voetballen in het kort

voetballen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van voetballen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voetballen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voetballen: een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag worden
Deel voetballen — standaardnederlands.nl