voederen
werkwoord /vudərə(n)/Betekenis
- voedsel verschaffen aan dieren
Hoe spreek je voederen uit?
/vudərən/
Voederen bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
Vervoeging van voederen
voederenhele werkwoord — voederdeverleden tijd enkelvoud — voederdenverleden tijd meervoud — gevoederdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voeder | voederde |
| jij | voedert | voederde |
| hij, zij, het | voedert | voederde |
| wij | voederen | voederden |
| jullie | voederen | voederden |
| zij | voederen | voederden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevoederd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevoederd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevoederd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevoederd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevoederd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevoederd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevoederd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevoederd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevoederd | verleden tijd, deelwoord |
| gevoederd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevoederd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevoederd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoederd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoederd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoederd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevoederd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevoederd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevoederd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevoederd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevoederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevoederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevoederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevoederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevoederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevoederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevoederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoederd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevoederd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voederen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voederen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voeder | gebiedende wijs |
| voederde | verleden tijd |
| voedere | aanvoegende wijs |
| voederend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevoederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevoederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevoederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevoederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevoederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevoederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevoederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevoederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevoederd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoederd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevoederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevoederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevoederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevoederd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevoederd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevoederd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voederen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevoederd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevoederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevoederd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘van voer voorzien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400
Woordfamilie van voederen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevoederd | voltooid deelwoord | voederen |
| gevoederde | woordvorm | voederen |
| voederde | verleden tijd | voederen |
| voederden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voederen |
| voedere | aanvoegende wijs | voederen |
| voederend | onvoltooid deelwoord | voederen |
| voederende | woordvorm | voederen |
| voedert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voederen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voederen zijn vastgelegd.