vlok
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een samenhangend hoopje van sneeuw of andere lichte stof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vlokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vlokjes | verkleinwoord, meervoud |
| vlokken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlokken
- gebiedende wijs van vlokken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlokken
Vervoeging van vlok
vlokhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘plukje’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van vlok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vlokje | verkleinwoord | vlok |
| vlokjes | verkleinwoord meervoud | vlok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlok zijn vastgelegd.