vliemen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvlimə(n)Betekenis
- scherp insnijden
Hoe spreek je vliemen uit?
/ˈvlimən/
Vliemen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| i | riet |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vliemen
vliemenhele werkwoord — vliemdeverleden tijd enkelvoud — vliemdenverleden tijd meervoud — gevliemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vliem | vliemde |
| jij | vliemt | vliemde |
| hij, zij, het | vliemt | vliemde |
| wij | vliemen | vliemden |
| jullie | vliemen | vliemden |
| zij | vliemen | vliemden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevliemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevliemd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevliemd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevliemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevliemd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevliemd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevliemd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevliemd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevliemd | verleden tijd, deelwoord |
| gevliemd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevliemd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevliemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevliemd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevliemd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevliemd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevliemd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevliemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevliemd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevliemd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevliemend | verleden tijd, deelwoord |
| had gevliemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevliemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevliemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevliemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevliemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevliemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevliemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevliemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevliemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vliemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vliemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vliem | gebiedende wijs |
| vlieme | aanvoegende wijs |
| vliemend | onvoltooid, deelwoord |
| vliemende | verleden tijd |
| waart gevliemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevliemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevliemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevliemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevliemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevliemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevliemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevliemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevliemd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevliemd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevliemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevliemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevliemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevliemd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevliemd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevliemd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vliemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevliemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevliemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevliemd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vliemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vliem
Herkomst
ww: vliem zn met het achtervoegsel -en