vinger
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈvɪŋərBetekenis
- elk van de 5 geleed|gelede extremiteiten waar de hand zich in splitsen|splitst
Hoe spreek je vinger uit?
/ˈvɪŋər/
Vinger bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- elk van de 5 gelede extremiteiten waar de hand zich in splitst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (vingeren) | meervoud |
| vingers | meervoud |
| vingertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vingertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vingeren
- gebiedende wijs van vingeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vingeren
Vervoeging van vinger
vingerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘grijporgaan aan hand’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van vinger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vingers | meervoud | vinger |
| vingertje | verkleinwoord | vinger |
| vingertjes | verkleinwoord meervoud | vinger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vinger zijn vastgelegd.