slinger
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈslɪŋərBetekenis
- het slingeren, de zwaai
- lang lint om opgehangen de feestvreugde te verhogen, guirlande
- slingerende lijn
- ouderwets hulpstuk (zwengel) waarmee de T-Ford in beweging werd gebracht (nu vervangen door de startmotor)
- wapen waarmee stenen weggeslingerd konden worden (nu vervangen door het machinegeweer)
- voorwerp dat regelmatig heen en weer gaat en waarvan de periodeduur praktisch onafhankelijk is van de amplitude, heel geschikt om een uurwerk van te bouwen
Hoe spreek je slinger uit?
/ˈslɪŋər/
Slinger bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slingers | meervoud |
| slingertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slingertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slingeren
- gebiedende wijs van slingeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slingeren
Vervoeging van slinger
slingerhele werkwoord
Woordfamilie van slinger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slingers | meervoud | slinger |
| slingertje | verkleinwoord | slinger |
| slingertjes | verkleinwoord meervoud | slinger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slinger zijn vastgelegd.