twintig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord /ˈtʋɪntəx/Betekenis
- '20', het getal tussen negentien en eenentwintig, twee maal tien
- dat wat in een (rang)ordening met 20 is aangeduid
- groep van 20 eenheden
- 2 x 10, in Arabische cijfers: 20, in Romeinse cijfers: XX
Hoe spreek je twintig uit?
/ˈtwɪntəx/
Twintig bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "20", het getal tussen negentien en eenentwintig, twee maal tien
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 10100 | |
| 14 | |
| 20 | |
| XX |
Herkomst
van Middelnederlands twintich, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236; afgeleid van een oude vorm van twee ht met het achtervoegsel -tig
Woordfamilie van twintig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| twintigs | meervoud | twintig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van twintig zijn vastgelegd.