eenentwintig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈenənˌtwɪntəxBetekenis
- '21', het getal tussen twintig en tweeëntwintig, twintig plus een
- dat wat in een (rang)ordening met 21 is aangeduid
- groep van 21 eenheden
Hoe spreek je eenentwintig uit?
/ˈenənˌtwɪntəx/
Eenentwintig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| n | nek |
| ə | de |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
hoofdtelwoord
- "21", het getal tussen twintig en tweeëntwintig, twintig plus een
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 10101 | |
| 15 | |
| 21 | |
| XXI |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eenentwintigen
- gebiedende wijs van eenentwintigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eenentwintigen
Vervoeging van eenentwintig
eenentwintighele werkwoord
Herkomst
samenstelling van een ht en twintig ht met het invoegsel -en-
Woordfamilie van eenentwintig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenentwintigje | woordvorm | eenentwintig |
| eenentwintigjes | meervoud | eenentwintig |
| eenentwintigs | meervoud | eenentwintig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenentwintig zijn vastgelegd.