zesentwintig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɛsənˌtwɪntəxBetekenis
- '26', het getal tussen vijfentwintig en zevenentwintig, twintig plus zes
- dat wat in een (rang)ordening met 26 is aangeduid
- groep van 26 eenheden
Hoe spreek je zesentwintig uit?
/ˈzɛsənˌtwɪntəx/
Zesentwintig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
hoofdtelwoord
- "26", het getal tussen vijfentwintig en zevenentwintig, twintig plus zes
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
Herkomst
samenstelling van zes ht en twintig ht met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zesentwintig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zesentwintigje | woordvorm | zesentwintig |
| zesentwintigjes | meervoud | zesentwintig |
| zesentwintigs | meervoud | zesentwintig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zesentwintig zijn vastgelegd.