tachtig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈtɑxtəxBetekenis
- '80', het getal tussen negenenzeventig en eenentachtig, acht maal tien
- dat wat in een (rang)ordening met 80 is aangeduid
- groep van 80 eenheden
Hoe spreek je tachtig uit?
/ˈtɑxtəx/
Tachtig bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "80", het getal tussen negenenzeventig en eenentachtig, acht maal tien
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 1010000 | |
| 50 | |
| 80 | |
| LXXX |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands tachtich van Oudnederlands ahtig, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100; afgeleid van acht ht met het achtervoegsel -tig en met t- als restant van een oud voorvoegsel dat tienvouden aangaf
Woordfamilie van tachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tachtigje | woordvorm | tachtig |
| tachtigjes | meervoud | tachtig |
| tachtigs | meervoud | tachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tachtig zijn vastgelegd.