honderdtachtig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˌhɔndərˈtɑxtəxBetekenis
- '180', het getal tussen honderdnegenenzeventig en honderdeenentachtig, honderd plus tachtig
- dat wat in een (rang)ordening met 180 is aangeduid
- groep van 180 eenheden
Hoe spreek je honderdtachtig uit?
/ˌhɔndərˈtɑxtəx/
Honderdtachtig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "180", het getal tussen honderdnegenenzeventig en honderdeenentachtig, honderd plus tachtig
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 10110100 | |
| 180 | |
| B4 | |
| CLXXX |
Herkomst
samenstelling van honderd ht en tachtig ht
Woordfamilie van honderdtachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| honderdtachtigje | woordvorm | honderdtachtig |
| honderdtachtigjes | meervoud | honderdtachtig |
| honderdtachtigs | meervoud | honderdtachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van honderdtachtig zijn vastgelegd.