veteren
werkwoordBetekenis
- met een koord vast gemaakt; veters strikken
- iets afkeuren door het uitspreken van een veto
werkwoord
- met een koord vastmaken; veters strikken
Vervoeging van veteren
veterenhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| véteren | canonical |
Vervoeging van veteren
veterenhele werkwoord — veterdeverleden tijd enkelvoud — veterdenverleden tijd meervoud — geveterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veter | veterde |
| jij | vetert | veterde |
| hij, zij, het | vetert | veterde |
| wij | veteren | veterden |
| jullie | veteren | veterden |
| zij | veteren | veterden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geveterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geveterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geveterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geveterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geveterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geveterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geveterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geveterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geveterd | verleden tijd, deelwoord |
| geveterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geveterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geveterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geveterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geveterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geveterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geveterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geveterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geveterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geveterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geveterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geveterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geveterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geveterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geveterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te veteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen veteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veter | gebiedende wijs |
| veterde | verleden tijd |
| vetere | aanvoegende wijs |
| veterend | onvoltooid, deelwoord |
| vetéren | canonical |
| waart geveterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geveterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geveterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geveterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geveterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geveterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geveterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geveterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geveterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geveterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geveterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geveterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geveterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geveterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geveterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geveterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geveterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geveterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geveterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geveterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geveterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geveterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geveterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geveterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van veter
Woordfamilie van veteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geveteerd | woordvorm | veteren |
| geveteerde | woordvorm | veteren |
| geveterd | voltooid deelwoord | veteren |
| geveterde | woordvorm | veteren |
| veteer | woordvorm | veteren |
| veteerde | woordvorm | veteren |
| veteerden | woordvorm | veteren |
| veteert | woordvorm | veteren |
| veterde | verleden tijd | veteren |
| veterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | veteren |
| vetere | aanvoegende wijs | veteren |
| veterend | onvoltooid deelwoord | veteren |
| veterende | woordvorm | veteren |
| vetert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | veteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veteren zijn vastgelegd.