Naar de inhoud

vesten

bevestigen, vastmaken

vesten is meer dan één woord

vesten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. bevestigen, vastmaken

Vervoeging van vesten

vestenhele werkwoord — vestteverleden tijd enkelvoud — vesttenverleden tijd meervoud — gevestvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vest vestte
jij vest vestte
hij, zij, het vest vestte
wij vesten vestten
jullie vesten vestten
zij vesten vestten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gevest verleden tijd, deelwoord
gevest te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevest zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vesten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vest gebiedende wijs
veste aanvoegende wijs
vestend onvoltooid, deelwoord
vestte verleden tijd
zal gevest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vest
  • meervoud van het zelfstandig naamwoord veste

Herkomst

afgeleid van vest met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vesten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vestend onvoltooid deelwoord vesten
vestende woordvorm vesten
vestte verleden tijd vesten
vestten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vesten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vesten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vesten

Wat is de betekenis van vesten?
Vesten is een werkwoord. De betekenis is: bevestigen, vastmaken.
Hoe vervoeg ik vesten?
Zo vervoeg je vesten zo: de tegenwoordige tijd is vest, de verleden tijd is vestte en het voltooid deelwoord is gevest. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vesten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vesten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vesten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vesten in het kort

vesten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van vesten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vesten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vesten: bevestigen, vastmaken
Deel vesten — standaardnederlands.nl