verzwakken
werkwoord /vɛrzʋɑkə(n)/Betekenis
- zwakker maken
- zwakker worden
Hoe spreek je verzwakken uit?
/vɛrzwɑkən/
Verzwakken bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| z | zon |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van verzwakken
verzwakkenhele werkwoord — verzwakteverleden tijd enkelvoud — verzwaktenverleden tijd meervoud — verzwaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzwak | verzwakte |
| jij | verzwakt | verzwakte |
| hij, zij, het | verzwakt | verzwakte |
| wij | verzwakken | verzwakten |
| jullie | verzwakken | verzwakten |
| zij | verzwakken | verzwakten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verzwakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzwakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzwakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzwakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzwakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzwakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzwakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzwakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzwakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzwakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzwakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzwakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzwak | gebiedende wijs |
| verzwakke | aanvoegende wijs |
| verzwakkend | onvoltooid, deelwoord |
| verzwakt | verleden tijd, deelwoord |
| verzwakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzwakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzwakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzwakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzwakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzwakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzwakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzwakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzwakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzwakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzwakte | verleden tijd |
| waart verzwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verzwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verzwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verzwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verzwakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verzwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verzwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van zwak met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verzwakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzwak | gebiedende wijs | verzwakken |
| verzwakke | aanvoegende wijs | verzwakken |
| verzwakkend | onvoltooid deelwoord | verzwakken |
| verzwakkende | woordvorm | verzwakken |
| verzwakt | voltooid deelwoord | verzwakken |
| verzwakte | verleden tijd | verzwakken |
| verzwakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzwakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzwakken zijn vastgelegd.