verzuren
werkwoordBetekenis
- zuur worden
Vervoeging van verzuren
verzurenhele werkwoord — verzuurdeverleden tijd enkelvoud — verzuurdenverleden tijd meervoud — verzuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzuur | verzuurde |
| jij | verzuurt | verzuurde |
| hij, zij, het | verzuurt | verzuurde |
| wij | verzuren | verzuurden |
| jullie | verzuren | verzuurden |
| zij | verzuren | verzuurden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verzuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verzuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzure | aanvoegende wijs |
| verzurend | onvoltooid, deelwoord |
| verzuur | gebiedende wijs |
| verzuurd | verleden tijd, deelwoord |
| verzuurd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzuurd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzuurde | verleden tijd |
| waart verzuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verzuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verzuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verzuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verzuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verzuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zuur met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en of afgeleid van zuren met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzure | aanvoegende wijs | verzuren |
| verzurend | onvoltooid deelwoord | verzuren |
| verzurende | woordvorm | verzuren |
| verzuur | gebiedende wijs | verzuren |
| verzuurd | voltooid deelwoord | verzuren |
| verzuurde | verleden tijd | verzuren |
| verzuurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzuren |
| verzuurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzuren zijn vastgelegd.