Naar de inhoud

verzadigen

tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoen

verzadigen

werkwoord vərˈzadəɣə(n)

Betekenis

  1. tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoen
  2. tot de grens bereikt is toenemen

Hoe spreek je verzadigen uit?

/vərˈzadəxən/

Verzadigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈzadəxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
z zon
a maan
d dak
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verzadigen

verzadigenhele werkwoord — verzadigdeverleden tijd enkelvoud — verzadigdenverleden tijd meervoud — verzadigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzadig verzadigde
jij verzadigt verzadigde
hij, zij, het verzadigt verzadigde
wij verzadigen verzadigden
jullie verzadigen verzadigden
zij verzadigen verzadigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verzadigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzadigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzadigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzadigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzadigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzadigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzadigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzadigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzadigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzadigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzadigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzadigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzadigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzadigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzadigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzadigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzadigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzadigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzadigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzadig gebiedende wijs
verzadigd verleden tijd, deelwoord
verzadigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzadigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzadigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzadigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzadigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzadigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzadigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzadigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzadigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzadigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzadigde verleden tijd
verzadige aanvoegende wijs
verzadigend onvoltooid, deelwoord
waart verzadigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzadigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzadigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzadigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzadigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzadigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzadigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verzadigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verzadigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verzadigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verzadigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verzadigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verzadigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verzadigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verzadigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzadigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzadigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzadigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzadigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzadigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzadigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzadigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzadigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verzadigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzadigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzadigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzadigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘ten volle voeden’ voor het eerst aangetroffen in 1562

Woordfamilie van verzadigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzadig gebiedende wijs verzadigen
verzadigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzadigen
verzadige aanvoegende wijs verzadigen
verzadigend onvoltooid deelwoord verzadigen
verzadigende woordvorm verzadigen
verzadigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verzadigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzadigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verzadigen

Hoe spreek je verzadigen uit?
De uitspraak van verzadigen is: /vərˈzadəɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verzadigen?
Verzadigen is een werkwoord. Het woord betekent: tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verzadigen?
Je vervoegt verzadigen als volgt: de tegenwoordige tijd is verzadig, de verleden tijd is verzadigde en het voltooid deelwoord is verzadigd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzadigen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. A 1
  6. D 2
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzadigen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. A 1
  6. D 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzadigen in het kort

verzadigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verzadigen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verzadigen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verzadigen: tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoen
Deel verzadigen — standaardnederlands.nl