verzadigd
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord /vərzadɪxt/Betekenis
- genoeg hebbend (van), doordat men er voldoende of te veel van heeft (b.v. gegeten)
- alles opgenomen hebbend wat mogelijk is (b.v. water in een spons)
- met een enkelvoudige C-C binding tussen twee C-atomen in een molecule
- zoveel opgeloste stof bevattend als onder de omstandigheden (temperatuur) mogelijk is in een vloeistof of gas
- (van kleuren): geen wit gemengd hebbend bij een spectraalkleur
Hoe spreek je verzadigd uit?
/vərzadɪxt/
Verzadigd bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| a | maan |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van verzadigen
Vervoeging van verzadigd
verzadigdhele werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
- : geen wit gemengd hebbend bij een spectraalkleur
Herkomst
*vervoeging van verzadigen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van verzadigd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzadigds | woordvorm | verzadigd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzadigd zijn vastgelegd.