Naar de inhoud

vervoeren

personen of objecten naar een andere plek brengen

vervoeren

werkwoord

Betekenis

  1. personen of objecten naar een andere plek brengen
  2. in emotionele zin meeslepen, overweldigen, buiten zichzelf brengen, uit zijn gewone doen brengen

Vervoeging van vervoeren

vervoerenhele werkwoord

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van vervaren

Vervoeging van vervoeren

vervoerenhele werkwoord — vervoerdeverleden tijd enkelvoud — vervoerdenverleden tijd meervoud — vervoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vervoer vervoerde
jij vervoert vervoerde
hij, zij, het vervoert vervoerde
wij vervoeren vervoerden
jullie vervoeren vervoerden
zij vervoeren vervoerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vervoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vervoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vervoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vervoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vervoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vervoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vervoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vervoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vervoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vervoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vervoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vervoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vervoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vervoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vervoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vervoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vervoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vervoeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vervoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervoer gebiedende wijs
vervoerd verleden tijd, deelwoord
vervoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vervoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vervoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vervoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vervoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vervoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vervoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vervoerde verleden tijd
vervoere aanvoegende wijs
vervoerend onvoltooid, deelwoord
waart vervoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vervoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vervoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vervoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vervoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vervoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vervoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vervoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vervoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vervoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vervoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vervoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vervoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vervoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vervoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vervoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vervoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vervoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vervoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vervoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vervoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vervoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vervoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vervoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vervoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vervoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vervoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van voeren met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vervoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vervoerd voltooid deelwoord vervoeren
vervoerde verleden tijd vervoeren
vervoerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vervoeren
vervoere aanvoegende wijs vervoeren
vervoerend onvoltooid deelwoord vervoeren
vervoerende woordvorm vervoeren
vervoert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vervoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervoeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vervoeren

Wat betekent vervoeren?
Vervoeren is een werkwoord. Het woord betekent: personen of objecten naar een andere plek brengen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vervoeren?
Je vervoegt vervoeren als volgt: de tegenwoordige tijd is vervoer, de verleden tijd is vervoerde en het voltooid deelwoord is vervoerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vervoeren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vervoeren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vervoeren in het kort

vervoeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vervoeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vervoeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vervoeren: personen of objecten naar een andere plek brengen
Deel vervoeren — standaardnederlands.nl