vervlieten
werkwoordBetekenis
- wegstromen
- verdampen
- verdwijnen, in het niet opgaan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van vervlieten
vervlietenhele werkwoord — vervlootverleden tijd enkelvoud — vervlotenverleden tijd meervoud — vervlotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervliet | vervloot |
| jij | vervliet | vervloot |
| hij, zij, het | vervliet | vervloot |
| wij | vervlieten | vervloten |
| jullie | vervlieten | vervloten |
| zij | vervlieten | vervloten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te vervlieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn vervloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervlieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervliet | gebiedende wijs |
| vervliete | aanvoegende wijs |
| vervlietend | onvoltooid, deelwoord |
| vervloot | verleden tijd |
| vervloten | verleden tijd, deelwoord |
| vervloten te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervloten zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart vervloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vervloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vervloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vervloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vervloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vervloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vervloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vervloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vervlieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vervlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vervloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van vlieten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vervlieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervliet | gebiedende wijs | vervlieten |
| vervliete | aanvoegende wijs | vervlieten |
| vervlietend | onvoltooid deelwoord | vervlieten |
| vervlietende | woordvorm | vervlieten |
| vervloot | verleden tijd | vervlieten |
| vervloten | voltooid deelwoord | vervlieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervlieten zijn vastgelegd.