vervalsen
werkwoord vərˈvɑlsə(n)Betekenis
- een bedrieglijke kopie maken van een waardevol voorwerp
Hoe spreek je vervalsen uit?
/vərˈvɑlsən/
Vervalsen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vervalsen
vervalsenhele werkwoord — vervalsteverleden tijd enkelvoud — vervalstenverleden tijd meervoud — vervalstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervals | vervalste |
| jij | vervalst | vervalste |
| hij, zij, het | vervalst | vervalste |
| wij | vervalsen | vervalsten |
| jullie | vervalsen | vervalsten |
| zij | vervalsen | vervalsten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vervalst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vervalst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vervalst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vervalst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vervalst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vervalst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vervalst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vervalst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vervalst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vervalst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vervalst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vervalst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vervalst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vervalst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vervalst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervalst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vervalst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vervalsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervalsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervals | gebiedende wijs |
| vervalse | aanvoegende wijs |
| vervalsend | onvoltooid, deelwoord |
| vervalst | verleden tijd, deelwoord |
| vervalst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervalst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervalst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervalst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervalst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervalst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervalst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervalst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervalst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervalst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervalste | verleden tijd |
| waart vervalst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervalst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vervalst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervalst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vervalst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vervalst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vervalst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vervalst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vervalst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vervalst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vervalst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vervalst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vervalst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vervalst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vervalst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervalst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vervalst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vervalst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervalst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vervalsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervalst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervalst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervalst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vervalsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vervalst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervalst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervalst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van vals met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vervalsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervals | gebiedende wijs | vervalsen |
| vervalse | aanvoegende wijs | vervalsen |
| vervalsend | onvoltooid deelwoord | vervalsen |
| vervalsende | woordvorm | vervalsen |
| vervalst | voltooid deelwoord | vervalsen |
| vervalste | verleden tijd | vervalsen |
| vervalsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vervalsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervalsen zijn vastgelegd.