Naar de inhoud

verstrikken

in een strik vangen

verstrikken

werkwoord

Betekenis

  1. in een strik vangen
  2. verwarren, verwikkelen

Vervoeging van verstrikken

verstrikkenhele werkwoord — verstrikteverleden tijd enkelvoud — verstriktenverleden tijd meervoud — verstriktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verstrik verstrikte
jij verstrikt verstrikte
hij, zij, het verstrikt verstrikte
wij verstrikken verstrikten
jullie verstrikken verstrikten
zij verstrikken verstrikten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verstrikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verstrikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verstrikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verstrikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verstrikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verstrikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verstrikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verstrikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verstrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verstrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verstrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verstrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verstrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verstrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verstrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verstrikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verstrikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verstrikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verstrikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstrik gebiedende wijs
verstrikke aanvoegende wijs
verstrikkend onvoltooid, deelwoord
verstrikt verleden tijd, deelwoord
verstrikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verstrikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verstrikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstrikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstrikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstrikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verstrikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verstrikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstrikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstrikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstrikte verleden tijd
waart verstrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verstrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verstrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verstrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verstrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verstrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verstrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verstrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verstrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verstrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verstrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verstrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verstrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verstrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verstrikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstrikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verstrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verstrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verstrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verstrikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verstrikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verstrikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verstrikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verstrikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verstrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verstrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verstrikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van strikken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verstrikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verstrik gebiedende wijs verstrikken
verstrikke aanvoegende wijs verstrikken
verstrikkend onvoltooid deelwoord verstrikken
verstrikkende woordvorm verstrikken
verstrikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verstrikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verstrikken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verstrikken

Wat is de betekenis van verstrikken?
Verstrikken is een werkwoord. De betekenis is: in een strik vangen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verstrikken?
Zo vervoeg je verstrikken zo: de tegenwoordige tijd is verstrik, de verleden tijd is verstrikte en het voltooid deelwoord is verstrikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verstrikken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verstrikken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verstrikken in het kort

verstrikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verstrikken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verstrikken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verstrikken: in een strik vangen
Deel verstrikken — standaardnederlands.nl