versteken
werkwoordBetekenis
- zich ~ een schuilplaats zoeken
Vervoeging van versteken
verstekenhele werkwoord — verstakverleden tijd enkelvoud — verstakenverleden tijd meervoud — verstokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versteek | verstak |
| jij | versteekt | verstaakt |
| hij, zij, het | versteekt | verstak |
| wij | versteken | verstaken |
| jullie | versteken | verstaken |
| zij | versteken | verstaken |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verstoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verstoken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verstoken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verstoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verstoken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verstoken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verstoken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verstoken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verstoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verstoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verstoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verstoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verstoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verstoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verstoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verstoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verstoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te versteken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen versteken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstaakt u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verstaakt u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verstak | verleden tijd |
| verstak je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verstak me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verstak zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verstak zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verstak zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verstaken je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verstaken ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verstaken zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| versteek | gebiedende wijs |
| versteek me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| versteek u/je , versteekt je | gebiedende wijs |
| versteekt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| versteekt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| versteekt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| versteekt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| versteekt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| versteekt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| versteke | aanvoegende wijs |
| versteke zich | aanvoegende wijs |
| versteken je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| versteken ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| versteken zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verstekend | onvoltooid, deelwoord |
| verstoken | verleden tijd, deelwoord |
| verstoken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verstoken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verstoken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verstoken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verstoken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstoken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstoken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verstoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verstoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verstoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verstoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verstoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verstoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verstoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verstoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verstoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verstoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verstoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verstoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me versteken | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal versteken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal versteken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal versteken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verstoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verstoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verstoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich versteken | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je versteken | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verstekend | onvoltooid, deelwoord |
| zich verstoken hebben | verleden tijd |
| zijn verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verstoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt versteken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verstoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je versteken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons versteken | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen versteken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen versteken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
afgeleid van steken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van versteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verstak | verleden tijd | versteken |
| verstaken | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | versteken |
| versteek | gebiedende wijs | versteken |
| versteekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | versteken |
| versteke | aanvoegende wijs | versteken |
| verstekend | onvoltooid deelwoord | versteken |
| verstekende | woordvorm | versteken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versteken zijn vastgelegd.