verspenen
werkwoordBetekenis
- het uit de grond of uit kweektrays halen van kiemplanten om ze elders weer te planten
Vervoeging van verspenen
verspenenhele werkwoord — verspeendeverleden tijd enkelvoud — verspeendenverleden tijd meervoud — verspeendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verspeen | verspeende |
| jij | verspeent | verspeende |
| hij, zij, het | verspeent | verspeende |
| wij | verspenen | verspeenden |
| jullie | verspenen | verspeenden |
| zij | verspenen | verspeenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verspeend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verspeend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verspeend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verspeend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verspeend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verspeend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verspeend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verspeend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verspeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verspeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verspeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verspeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verspeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verspeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verspeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verspeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verspeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verspenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verspenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspeen | gebiedende wijs |
| verspeend | verleden tijd, deelwoord |
| verspeend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verspeend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verspeend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspeend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspeend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspeend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verspeend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verspeend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verspeend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verspeend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verspeende | verleden tijd |
| verspene | aanvoegende wijs |
| verspenend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verspeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verspeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verspeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verspeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verspeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verspeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verspeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verspeend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verspeend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verspeend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verspeend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verspeend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verspeend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verspeend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verspeend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verspeend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verspeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verspeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verspeend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verspeend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verspeend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verspeend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verspenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verspeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verspeend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verspeend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verspenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verplanten om afstand tussen de plantjes te krijgen’ voor het eerst aangetroffen in 1856
Woordfamilie van verspenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verspeen | gebiedende wijs | verspenen |
| verspeend | voltooid deelwoord | verspenen |
| verspeenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verspenen |
| verspeent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verspenen |
| verspene | aanvoegende wijs | verspenen |
| verspenend | onvoltooid deelwoord | verspenen |
| verspenende | woordvorm | verspenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verspenen zijn vastgelegd.