Naar de inhoud

verslensen

het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging

verslensen

werkwoord

Betekenis

  1. het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging

Vervoeging van verslensen

verslensenhele werkwoord — verslensteverleden tijd enkelvoud — verslenstenverleden tijd meervoud — verslenstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verslens verslenste
jij verslenst verslenste
hij, zij, het verslenst verslenste
wij verslensen verslensten
jullie verslensen verslensten
zij verslensen verslensten
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verslensen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verslenst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verslensen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verslens gebiedende wijs
verslense aanvoegende wijs
verslensend onvoltooid, deelwoord
verslenst verleden tijd, deelwoord
verslenst te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verslenst zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verslenste verleden tijd
waart verslenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verslenst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verslenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verslenst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verslenst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verslenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verslenst voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verslenst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verslenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verslensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verslenst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verslensen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verslensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verslenst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van slensen met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verslensen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verslens gebiedende wijs verslensen
verslense aanvoegende wijs verslensen
verslensend onvoltooid deelwoord verslensen
verslensende woordvorm verslensen
verslenst voltooid deelwoord verslensen
verslenste verleden tijd verslensen
verslensten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verslensen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verslensen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verslensen

Wat betekent verslensen?
Verslensen is een werkwoord. Het woord betekent: het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging.
Hoe vervoeg je verslensen?
Je vervoegt verslensen als volgt: de tegenwoordige tijd is verslens, de verleden tijd is verslenste en het voltooid deelwoord is verslenst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verslensen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verslensen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verslensen in het kort

verslensen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verslensen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verslensen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verslensen: het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging
Deel verslensen — standaardnederlands.nl