versificeren
werkwoordBetekenis
- tot verzen maken, in verzen schrijven
Vervoeging van versificeren
versificerenhele werkwoord — versificeerdeverleden tijd enkelvoud — versificeerdenverleden tijd meervoud — geversificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versificeer | versificeerde |
| jij | versificeert | versificeerde |
| hij, zij, het | versificeert | versificeerde |
| wij | versificeren | versificeerden |
| jullie | versificeren | versificeerden |
| zij | versificeren | versificeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geversificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geversificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geversificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geversificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geversificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geversificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geversificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geversificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geversificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geversificeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geversificeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geversificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geversificeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geversificeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geversificeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geversificeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geversificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geversificeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geversificeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geversificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geversificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geversificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geversificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geversificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geversificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geversificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geversificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geversificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te versificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen versificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versificeer | gebiedende wijs |
| versificeerde | verleden tijd |
| versificere | aanvoegende wijs |
| versificerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart geversificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geversificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geversificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geversificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geversificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geversificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geversificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geversificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geversificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geversificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geversificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geversificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geversificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geversificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geversificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geversificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geversificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geversificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geversificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult versificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verzen maken’ voor het eerst aangetroffen in 1838
Woordfamilie van versificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geversificeerd | voltooid deelwoord | versificeren |
| geversificeerde | woordvorm | versificeren |
| versificeer | gebiedende wijs | versificeren |
| versificeerde | verleden tijd | versificeren |
| versificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | versificeren |
| versificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | versificeren |
| versificere | aanvoegende wijs | versificeren |
| versificerend | onvoltooid deelwoord | versificeren |
| versificerende | woordvorm | versificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versificeren zijn vastgelegd.