Naar de inhoud

verrijken

rijker maken

verrijken

werkwoord

Betekenis

  1. rijker maken
  2. zich ~ vaak op oneigenlijke of verwerpelijke wijze zorgen dat men rijk wordt

Vervoeging van verrijken

verrijkenhele werkwoord — verrijkteverleden tijd enkelvoud — verrijktenverleden tijd meervoud — verrijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verrijk verrijkte
jij verrijkt verrijkte
hij, zij, het verrijkt verrijkte
wij verrijken verrijkten
jullie verrijken verrijkten
zij verrijken verrijkten
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verrijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verrijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verrijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verrijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verrijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verrijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verrijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verrijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verrijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verrijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verrijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verrijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verrijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verrijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verrijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verrijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verrijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verrijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verrijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrijk gebiedende wijs
verrijk me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verrijk u/je , verrijkt je gebiedende wijs
verrijke aanvoegende wijs
verrijke zich aanvoegende wijs
verrijken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrijken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrijken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrijkend onvoltooid, deelwoord
verrijkt verleden tijd, deelwoord
verrijkt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verrijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verrijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verrijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrijkt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrijkt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verrijkt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verrijkt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrijkt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verrijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verrijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verrijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verrijkte verleden tijd
verrijkte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrijkte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrijkte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verrijkte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verrijkte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrijkte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verrijkte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verrijkten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verrijkten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verrijkten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
waart verrijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verrijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verrijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verrijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verrijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verrijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verrijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verrijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verrijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verrijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verrijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verrijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verrijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verrijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verrijken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verrijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verrijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verrijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verrijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verrijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verrijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verrijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verrijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verrijken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verrijken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verrijkend onvoltooid, deelwoord
zich verrijkt hebben verleden tijd
zijn verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verrijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verrijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verrijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verrijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verrijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verrijken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verrijken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verrijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verrijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Afgeleid van rijk met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verrijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verrijk gebiedende wijs verrijken
verrijke aanvoegende wijs verrijken
verrijkend onvoltooid deelwoord verrijken
verrijkende woordvorm verrijken
verrijkt voltooid deelwoord verrijken
verrijkte verleden tijd verrijken
verrijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verrijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrijken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verrijken

Wat is de betekenis van verrijken?
Verrijken is een werkwoord. De betekenis is: rijker maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verrijken?
Zo vervoeg je verrijken zo: de tegenwoordige tijd is verrijk, de verleden tijd is verrijkte en het voltooid deelwoord is verrijkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verrijken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verrijken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verrijken in het kort

verrijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verrijken staan er 102 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verrijken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verrijken: rijker maken
Deel verrijken — standaardnederlands.nl