Naar de inhoud

verrijden

door rijden verplaatsen

verrijden

werkwoord

Betekenis

  1. door rijden verplaatsen

Vervoeging van verrijden

verrijdenhele werkwoord — verreedverleden tijd enkelvoud — verredenverleden tijd meervoud — verredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verrij verreed
jij verrijdt verreed
hij, zij, het verrijdt verreed
wij verrijden verreden
jullie verrijden verreden
zij verrijden verreden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verreden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verreden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verreden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verreden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verreden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verreden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verrijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verreden verleden tijd, deelwoord
verreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verreden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verreden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verreed verleden tijd
verrij gebiedende wijs
verrijd gebiedende wijs
verrijde aanvoegende wijs
verrijdend onvoltooid, deelwoord
waart verreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van rijden met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verreden voltooid deelwoord verrijden
verreed verleden tijd verrijden
verrij gebiedende wijs verrijden
verrijd gebiedende wijs verrijden
verrijde aanvoegende wijs verrijden
verrijdend onvoltooid deelwoord verrijden
verrijdende woordvorm verrijden
verrijdt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verrijden

Wat betekent verrijden?
Verrijden is een werkwoord. Het woord betekent: door rijden verplaatsen.
Hoe vervoeg je verrijden?
Je vervoegt verrijden als volgt: de tegenwoordige tijd is verrij, de verleden tijd is verreed en het voltooid deelwoord is verreden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verrijden is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verrijden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verrijden in het kort

verrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verrijden zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verrijden bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verrijden: door rijden verplaatsen
Deel verrijden — standaardnederlands.nl