Naar de inhoud

veronderstellen

een bepaalde aanname maken

veronderstellen

werkwoord

Betekenis

  1. een bepaalde aanname maken

Vervoeging van veronderstellen

veronderstellenhele werkwoord — verondersteldeverleden tijd enkelvoud — verondersteldenverleden tijd meervoud — verondersteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik veronderstel veronderstelde
jij veronderstelt veronderstelde
hij, zij, het veronderstelt veronderstelde
wij veronderstellen veronderstelden
jullie veronderstellen veronderstelden
zij veronderstellen veronderstelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verondersteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verondersteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verondersteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verondersteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verondersteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verondersteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verondersteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verondersteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verondersteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verondersteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verondersteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verondersteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verondersteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verondersteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verondersteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verondersteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verondersteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te veronderstellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen veronderstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veronderstel gebiedende wijs
verondersteld verleden tijd, deelwoord
verondersteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verondersteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verondersteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verondersteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verondersteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verondersteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verondersteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verondersteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verondersteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verondersteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veronderstelde verleden tijd
veronderstelle aanvoegende wijs
veronderstellend onvoltooid, deelwoord
waart verondersteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verondersteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verondersteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verondersteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verondersteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verondersteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verondersteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verondersteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verondersteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verondersteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verondersteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verondersteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verondersteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verondersteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verondersteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verondersteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verondersteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verondersteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verondersteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verondersteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verondersteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verondersteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veronderstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verondersteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verondersteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verondersteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veronderstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘als waar aannemen’ voor het eerst aangetroffen in 1755

Woordfamilie van veronderstellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
veronderstel gebiedende wijs veronderstellen
verondersteld voltooid deelwoord veronderstellen
veronderstelde verleden tijd veronderstellen
veronderstelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon veronderstellen
veronderstelle aanvoegende wijs veronderstellen
veronderstellend onvoltooid deelwoord veronderstellen
veronderstellende woordvorm veronderstellen
veronderstelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon veronderstellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veronderstellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over veronderstellen

Wat betekent veronderstellen?
Veronderstellen is een werkwoord. Het woord betekent: een bepaalde aanname maken.
Hoe vervoeg je veronderstellen?
Je vervoegt veronderstellen als volgt: de tegenwoordige tijd is veronderstel, de verleden tijd is veronderstelde en het voltooid deelwoord is verondersteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord veronderstellen is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. S 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. L 3
  13. L 3
  14. E 1
  15. N 1
  16. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

veronderstellen levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. S 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. L 3
  13. L 3
  14. E 1
  15. N 1
  16. 27 zonder bonus
  17. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

veronderstellen in het kort

veronderstellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van veronderstellen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort veronderstellen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

veronderstellen: een bepaalde aanname maken
Deel veronderstellen — standaardnederlands.nl