Naar de inhoud

vernauwen

minder wijd maken

vernauwen

werkwoord

Betekenis

  1. minder wijd maken
  2. zich ~: nauwer worden

Vervoeging van vernauwen

vernauwenhele werkwoord — vernauwdeverleden tijd enkelvoud — vernauwdenverleden tijd meervoud — vernauwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vernauw vernauwde
jij vernauwt vernauwde
hij, zij, het vernauwt vernauwde
wij vernauwen vernauwden
jullie vernauwen vernauwden
zij vernauwen vernauwden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vernauwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vernauwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vernauwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vernauwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vernauwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vernauwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vernauwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vernauwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vernauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vernauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vernauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vernauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vernauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vernauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vernauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vernauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vernauwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vernauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernauw gebiedende wijs
vernauw me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vernauw u/je , vernauwt je gebiedende wijs
vernauwd verleden tijd, deelwoord
vernauwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernauwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernauwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernauwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernauwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernauwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernauwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernauwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernauwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernauwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernauwde verleden tijd
vernauwde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vernauwde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
vernauwde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vernauwde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vernauwde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
vernauwde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vernauwde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vernauwden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vernauwden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
vernauwden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
vernauwe aanvoegende wijs
vernauwe zich aanvoegende wijs
vernauwen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vernauwen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vernauwen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vernauwend onvoltooid, deelwoord
vernauwt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vernauwt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vernauwt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vernauwt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vernauwt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vernauwt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart vernauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vernauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vernauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vernauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vernauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vernauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vernauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vernauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vernauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vernauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vernauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vernauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me vernauwen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal vernauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vernauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vernauwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernauwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich vernauwen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je vernauwen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich vernauwd hebben verleden tijd
zich vernauwend onvoltooid, deelwoord
zijn vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vernauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vernauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je vernauwen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons vernauwen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen vernauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van nauw met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vernauwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vernauw gebiedende wijs vernauwen
vernauwd voltooid deelwoord vernauwen
vernauwde verleden tijd vernauwen
vernauwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vernauwen
vernauwe aanvoegende wijs vernauwen
vernauwend onvoltooid deelwoord vernauwen
vernauwende woordvorm vernauwen
vernauwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vernauwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernauwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vernauwen

Wat betekent vernauwen?
Vernauwen is een werkwoord. Het woord betekent: minder wijd maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vernauwen?
Je vervoegt vernauwen als volgt: de tegenwoordige tijd is vernauw, de verleden tijd is vernauwde en het voltooid deelwoord is vernauwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vernauwen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. A 1
  6. U 4
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vernauwen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. A 1
  6. U 2
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vernauwen in het kort

vernauwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vernauwen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vernauwen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vernauwen: minder wijd maken
Deel vernauwen — standaardnederlands.nl