Naar de inhoud

vernagelen

een paard voorzien van een hoefijzer middels hoefnagels

vernagelen

werkwoord

Betekenis

  1. een paard voorzien van een hoefijzer middels hoefnagels

Vervoeging van vernagelen

vernagelenhele werkwoord — vernageldeverleden tijd enkelvoud — vernageldenverleden tijd meervoud — vernageldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vernagel vernagelde
jij vernagelt vernagelde
hij, zij, het vernagelt vernagelde
wij vernagelen vernagelden
jullie vernagelen vernagelden
zij vernagelen vernagelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vernageld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vernageld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vernageld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vernageld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vernageld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vernageld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vernageld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vernageld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vernageld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vernageld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vernageld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vernageld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vernageld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vernageld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vernageld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernageld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vernageld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vernagelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vernagelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernagel gebiedende wijs
vernageld verleden tijd, deelwoord
vernageld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernageld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernageld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernageld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernageld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernageld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernageld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernageld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernageld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernageld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernagelde verleden tijd
vernagele aanvoegende wijs
vernagelend onvoltooid, deelwoord
waart vernageld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernageld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vernageld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernageld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vernageld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vernageld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vernageld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vernageld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vernageld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vernageld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vernageld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vernageld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vernageld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vernageld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vernageld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernageld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vernageld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vernageld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernageld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernageld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernageld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vernageld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernagelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vernageld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernageld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernageld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernagelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van nagel met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vernagelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vernagel gebiedende wijs vernagelen
vernageld voltooid deelwoord vernagelen
vernagelde verleden tijd vernagelen
vernagelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vernagelen
vernagele aanvoegende wijs vernagelen
vernagelend onvoltooid deelwoord vernagelen
vernagelende woordvorm vernagelen
vernagelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vernagelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernagelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vernagelen

Wat is de betekenis van vernagelen?
Vernagelen is een werkwoord. De betekenis is: een paard voorzien van een hoefijzer middels hoefnagels.
Hoe vervoeg ik vernagelen?
Zo vervoeg je vernagelen zo: de tegenwoordige tijd is vernagel, de verleden tijd is vernagelde en het voltooid deelwoord is vernageld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vernagelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vernagelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vernagelen in het kort

vernagelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vernagelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vernagelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vernagelen: een paard voorzien van een hoefijzer middels hoefnagels
Deel vernagelen — standaardnederlands.nl