vermeten
werkwoordBetekenis
- verkeerd meten
- zich aanmatigen
Vervoeging van vermeten
vermetenhele werkwoord — vermatverleden tijd enkelvoud — vermatenverleden tijd meervoud — vermetenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vermeet | vermat |
| jij | vermeet | vermat |
| hij, zij, het | vermeet | vermat |
| wij | vermeten | vermaten |
| jullie | vermeten | vermaten |
| zij | vermeten | vermaten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vermeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vermeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vermeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vermeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vermeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vermeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vermeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vermeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vermeten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vermeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermat | verleden tijd |
| vermeet | gebiedende wijs |
| vermete | aanvoegende wijs |
| vermeten | verleden tijd, deelwoord |
| vermeten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermetend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vermeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vermeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vermeten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vermeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van meten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vermeten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vermat | verleden tijd | vermeten |
| vermaten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vermeten |
| vermeet | gebiedende wijs | vermeten |
| vermete | aanvoegende wijs | vermeten |
| vermetend | onvoltooid deelwoord | vermeten |
| vermetende | woordvorm | vermeten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermeten zijn vastgelegd.