Naar de inhoud

vermeten

verkeerd meten

vermeten

werkwoord

Betekenis

  1. verkeerd meten
  2. zich aanmatigen

Vervoeging van vermeten

vermetenhele werkwoord — vermatverleden tijd enkelvoud — vermatenverleden tijd meervoud — vermetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vermeet vermat
jij vermeet vermat
hij, zij, het vermeet vermat
wij vermeten vermaten
jullie vermeten vermaten
zij vermeten vermaten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had vermeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vermeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vermeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vermeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vermeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vermeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vermeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vermeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vermeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vermeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vermeten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vermeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermat verleden tijd
vermeet gebiedende wijs
vermete aanvoegende wijs
vermeten verleden tijd, deelwoord
vermeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermetend onvoltooid, deelwoord
zal vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vermeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vermeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vermeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vermeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vermeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van meten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vermeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vermat verleden tijd vermeten
vermaten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vermeten
vermeet gebiedende wijs vermeten
vermete aanvoegende wijs vermeten
vermetend onvoltooid deelwoord vermeten
vermetende woordvorm vermeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermeten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vermeten

Wat betekent vermeten?
Vermeten is een werkwoord. Het woord betekent: verkeerd meten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vermeten?
Je vervoegt vermeten als volgt: de tegenwoordige tijd is vermeet, de verleden tijd is vermat en het voltooid deelwoord is vermeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vermeten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vermeten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vermeten in het kort

vermeten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vermeten zijn 30 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vermeten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vermeten: verkeerd meten
Deel vermeten — standaardnederlands.nl