Naar de inhoud

vermalen

door malen tot een poeder verwerken

vermalen

werkwoord

Betekenis

  1. door malen tot een poeder verwerken
  2. door malen vernietigen

Vervoeging van vermalen

vermalenhele werkwoord — vermaaldeverleden tijd enkelvoud — vermaaldenverleden tijd meervoud — vermalenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vermaal vermaalde
jij vermaalt vermaalde
hij, zij, het vermaalt vermaalde
wij vermalen vermaalden
jullie vermalen vermaalden
zij vermalen vermaalden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vermalen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vermalen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vermalen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vermalen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vermalen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vermalen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vermalen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vermalen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vermalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vermalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vermalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vermalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vermalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vermalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vermalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vermalen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vermalen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vermalen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vermalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermaal gebiedende wijs
vermaalde verleden tijd
vermale aanvoegende wijs
vermalen verleden tijd, deelwoord
vermalen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vermalen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vermalen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermalen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermalen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermalen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vermalen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vermalen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermalen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermalen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermalend onvoltooid, deelwoord
waart vermalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vermalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vermalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vermalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vermalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vermalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vermalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vermalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vermalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vermalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vermalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vermalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vermalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vermalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vermalen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermalen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vermalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vermalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vermalen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermalen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vermalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vermalen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vermalen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vermalen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vermalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vermalen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vermalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vermalen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van malen met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van vermalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vermaal gebiedende wijs vermalen
vermaalde verleden tijd vermalen
vermaalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vermalen
vermaalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vermalen
vermale aanvoegende wijs vermalen
vermalend onvoltooid deelwoord vermalen
vermalende woordvorm vermalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermalen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vermalen

Wat is de betekenis van vermalen?
Vermalen is een werkwoord. De betekenis is: door malen tot een poeder verwerken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vermalen?
Zo vervoeg je vermalen zo: de tegenwoordige tijd is vermaal, de verleden tijd is vermaalde en het voltooid deelwoord is vermalen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vermalen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vermalen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vermalen in het kort

vermalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vermalen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vermalen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vermalen: door malen tot een poeder verwerken
Deel vermalen — standaardnederlands.nl