verkrampen
werkwoordBetekenis
- in spiercontractie geraken
Vervoeging van verkrampen
verkrampenhele werkwoord — verkrampteverleden tijd enkelvoud — verkramptenverleden tijd meervoud — verkramptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkramp | verkrampte |
| jij | verkrampt | verkrampte |
| hij, zij, het | verkrampt | verkrampte |
| wij | verkrampen | verkrampten |
| jullie | verkrampen | verkrampten |
| zij | verkrampen | verkrampten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verkrampen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verkrampt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkrampen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkramp | gebiedende wijs |
| verkrampe | aanvoegende wijs |
| verkrampend | onvoltooid, deelwoord |
| verkrampt | verleden tijd, deelwoord |
| verkrampt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkrampt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkrampte | verleden tijd |
| waart verkrampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkrampt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkrampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkrampt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkrampt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkrampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkrampt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verkrampt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkrampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verkrampt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verkrampen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verkrampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verkrampt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘door kramp samentrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Woordfamilie van verkrampen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkramp | gebiedende wijs | verkrampen |
| verkrampe | aanvoegende wijs | verkrampen |
| verkrampend | onvoltooid deelwoord | verkrampen |
| verkrampende | woordvorm | verkrampen |
| verkrampten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkrampen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkrampen zijn vastgelegd.