verkokeren
werkwoordBetekenis
- uiteenvallen in een aantal niet met elkaar communicerende delen
Vervoeging van verkokeren
verkokerenhele werkwoord — verkokerdeverleden tijd enkelvoud — verkokerdenverleden tijd meervoud — verkokerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkoker | verkokerde |
| jij | verkokert | verkokerde |
| hij, zij, het | verkokert | verkokerde |
| wij | verkokeren | verkokerden |
| jullie | verkokeren | verkokerden |
| zij | verkokeren | verkokerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verkokeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verkokerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkokeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkoker | gebiedende wijs |
| verkokerd | verleden tijd, deelwoord |
| verkokerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkokerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkokerde | verleden tijd |
| verkokere | aanvoegende wijs |
| verkokerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkokerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkokerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkokerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkokerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkokerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkokerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkokerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkokerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkokerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkokeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkokerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van koker met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verkokeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkoker | gebiedende wijs | verkokeren |
| verkokerd | voltooid deelwoord | verkokeren |
| verkokerde | verleden tijd | verkokeren |
| verkokerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkokeren |
| verkokere | aanvoegende wijs | verkokeren |
| verkokerend | onvoltooid deelwoord | verkokeren |
| verkokerende | woordvorm | verkokeren |
| verkokert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkokeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkokeren zijn vastgelegd.