verkoken
werkwoordBetekenis
- verdampen door koken
- indampen
Vervoeging van verkoken
verkokenhele werkwoord — verkookteverleden tijd enkelvoud — verkooktenverleden tijd meervoud — verkooktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkook | verkookte |
| jij | verkookt | verkookte |
| hij, zij, het | verkookt | verkookte |
| wij | verkoken | verkookten |
| jullie | verkoken | verkookten |
| zij | verkoken | verkookten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkookt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkookt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkookt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkookt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkookt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkookt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkookt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkookt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkookt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkookt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkoken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkoken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkoke | aanvoegende wijs |
| verkokend | onvoltooid, deelwoord |
| verkook | gebiedende wijs |
| verkookt | verleden tijd, deelwoord |
| verkookt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkookt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkookt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkookt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkookt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkookt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkookt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkookt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkookt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkookt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkookte | verleden tijd |
| waart verkookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkookt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkookt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkookt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkookt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkookt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkookt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkookt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkookt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verkookt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkookt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verkoken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkookt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkookt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkookt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verkoken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verkookt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkookt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkookt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van koken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verkoken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkoke | aanvoegende wijs | verkoken |
| verkokend | onvoltooid deelwoord | verkoken |
| verkokende | woordvorm | verkoken |
| verkook | gebiedende wijs | verkoken |
| verkookt | voltooid deelwoord | verkoken |
| verkookte | verleden tijd | verkoken |
| verkookten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkoken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkoken zijn vastgelegd.