verkloten
werkwoordBetekenis
- grondig verknoeien, bederven
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van verkloten
verklotenhele werkwoord — verklootteverleden tijd enkelvoud — verkloottenverleden tijd meervoud — verklootvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkloot | verklootte |
| jij | verkloot | verklootte |
| hij, zij, het | verkloot | verklootte |
| wij | verkloten | verklootten |
| jullie | verkloten | verklootten |
| zij | verkloten | verklootten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkloot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkloot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkloot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkloot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkloot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkloot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkloot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkloot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkloot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkloot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkloot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkloot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkloot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkloot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkloot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkloot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkloot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkloten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkloten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkloot | gebiedende wijs |
| verkloot | verleden tijd, deelwoord |
| verkloot te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkloot te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkloot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkloot te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkloot te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkloot worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkloot zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkloot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkloot zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkloot zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verklootte | verleden tijd |
| verklote | aanvoegende wijs |
| verklotend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkloot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkloot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkloot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkloot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkloot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkloot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkloot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkloot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkloot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkloot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkloot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkloot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkloot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkloot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkloot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkloot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkloot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkloot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkloot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkloot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkloot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkloot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkloten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkloot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkloot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkloot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkloten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kloot met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verkloten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkloot | voltooid deelwoord | verkloten |
| verklootte | verleden tijd | verkloten |
| verklootten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkloten |
| verklote | aanvoegende wijs | verkloten |
| verklotend | onvoltooid deelwoord | verkloten |
| verklotende | woordvorm | verkloten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkloten zijn vastgelegd.