verjongen
werkwoordBetekenis
- jonger maken
Vervoeging van verjongen
verjongenhele werkwoord — verjongdeverleden tijd enkelvoud — verjongdenverleden tijd meervoud — verjongdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verjong | verjongde |
| jij | verjongt | verjongde |
| hij, zij, het | verjongt | verjongde |
| wij | verjongen | verjongden |
| jullie | verjongen | verjongden |
| zij | verjongen | verjongden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verjongd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verjongd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verjongd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verjongd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verjongd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verjongd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verjongd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verjongd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verjongd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verjongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verjongd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verjongd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verjongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verjongd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verjongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verjongd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verjongd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verjongen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verjongen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjong | gebiedende wijs |
| verjongd | verleden tijd, deelwoord |
| verjongd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verjongd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verjongd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjongd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjongd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjongd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verjongd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verjongd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verjongd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verjongd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verjongde | verleden tijd |
| verjonge | aanvoegende wijs |
| verjongend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verjongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verjongd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verjongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verjongd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verjongd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verjongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verjongd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verjongd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verjongd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verjongd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verjongd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verjongd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verjongd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verjongd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verjongd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verjongd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verjongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verjongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verjongd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verjongd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verjongd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verjongd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verjongen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verjongd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verjongd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verjongd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verjongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van jong met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verjongen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verjong | gebiedende wijs | verjongen |
| verjongd | voltooid deelwoord | verjongen |
| verjongde | verleden tijd | verjongen |
| verjongden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verjongen |
| verjonge | aanvoegende wijs | verjongen |
| verjongend | onvoltooid deelwoord | verjongen |
| verjongende | woordvorm | verjongen |
| verjongt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verjongen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verjongen zijn vastgelegd.