verjagen
werkwoordBetekenis
- dwingen om weg te gaan
Vervoeging van verjagen
verjagenhele werkwoord — verjaagdeverleden tijd enkelvoud — verjaagdenverleden tijd meervoud — verjaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verjaag | verjaagde |
| jij | verjaagt | verjaagde |
| hij, zij, het | verjaagt | verjaagde |
| wij | verjagen | verjaagden |
| jullie | verjagen | verjaagden |
| zij | verjagen | verjaagden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verjaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verjaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verjaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verjaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verjaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verjaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verjaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verjaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verjaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verjaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verjaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verjaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verjaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verjaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verjaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verjaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verjaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verjagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verjagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjaag | gebiedende wijs |
| verjaagd | verleden tijd, deelwoord |
| verjaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verjaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verjaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verjaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verjaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verjaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verjaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verjaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verjaagde | verleden tijd |
| verjage | aanvoegende wijs |
| verjagend | onvoltooid, deelwoord |
| verjoeg | verleden tijd |
| waart verjaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verjaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verjaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verjaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verjaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verjaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verjaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verjaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verjaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verjaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verjaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verjaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verjaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verjaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verjaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verjaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verjagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verjaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verjaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verjaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verjagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van jagen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verjagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verjaag | gebiedende wijs | verjagen |
| verjaagd | voltooid deelwoord | verjagen |
| verjaagde | verleden tijd | verjagen |
| verjaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verjagen |
| verjaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verjagen |
| verjage | aanvoegende wijs | verjagen |
| verjagend | onvoltooid deelwoord | verjagen |
| verjagende | woordvorm | verjagen |
| verjoeg | verleden tijd | verjagen |
| verjoegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verjagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verjagen zijn vastgelegd.