Naar de inhoud

verhoren

iemand onderwerpen aan indringende vragen, met name over diens rol in strafbare handelingen

verhoren is meer dan één woord

verhoren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand onderwerpen aan indringende vragen, met name over diens rol in strafbare handelingen

werkwoord

  1. ingewilligen, aan een bede gehoor geven obsolete

Vervoeging van verhoren

verhorenhele werkwoord — verhoordeverleden tijd enkelvoud — verhoordenverleden tijd meervoud — verhoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verhoor verhoorde
jij verhoort verhoorde
hij, zij, het verhoort verhoorde
wij verhoren verhoorden
jullie verhoren verhoorden
zij verhoren verhoorden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verhoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verhoord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verhoord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verhoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verhoord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verhoord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verhoord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verhoord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verhoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verhoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verhoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verhoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verhoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verhoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verhoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verhoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verhoren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verhoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhoor gebiedende wijs
verhoord verleden tijd, deelwoord
verhoord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhoord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhoord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhoord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhoord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhoord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhoord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhoord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhoorde verleden tijd
verhore aanvoegende wijs
verhorend onvoltooid, deelwoord
waart verhoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verhoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verhoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verhoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verhoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verhoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verhoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verhoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verhoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verhoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verhoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verhoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verhoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verhoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verhoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verhoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord verhoor

Herkomst

Afgeleid van horen met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verhoren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verhoord voltooid deelwoord verhoren
verhoorde verleden tijd verhoren
verhoorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verhoren
verhoort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verhoren
verhore aanvoegende wijs verhoren
verhorend onvoltooid deelwoord verhoren
verhorende woordvorm verhoren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhoren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verhoren

Wat is de betekenis van verhoren?
Verhoren is een werkwoord. De betekenis is: iemand onderwerpen aan indringende vragen, met name over diens rol in strafbare handelingen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verhoren?
Zo vervoeg je verhoren zo: de tegenwoordige tijd is verhoor, de verleden tijd is verhoorde en het voltooid deelwoord is verhoord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verhoren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verhoren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verhoren in het kort

verhoren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verhoren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verhoren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verhoren: iemand onderwerpen aan indringende vragen, met name over diens rol in strafbare handelingen
Deel verhoren — standaardnederlands.nl