helpen
werkwoord /ˈɦɛlpə(n)/Betekenis
- iemand bijstaan
Hoe spreek je helpen uit?
/ˈhɛlpən/
Helpen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| l | land |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van helpen
helpenhele werkwoord — hielpverleden tijd enkelvoud — hielpenverleden tijd meervoud — geholpenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | help | hielp |
| jij | helpt | hielp |
| hij, zij, het | helpt | hielp |
| wij | helpen | hielpen |
| jullie | helpen | hielpen |
| zij | helpen | hielpen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geholpen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geholpen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geholpen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geholpen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geholpen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geholpen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geholpen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geholpen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geholpen | verleden tijd, deelwoord |
| geholpen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geholpen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geholpen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geholpen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geholpen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geholpen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geholpen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geholpen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geholpen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geholpen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geholpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| help | gebiedende wijs |
| helpe | aanvoegende wijs |
| helpend | onvoltooid, deelwoord |
| hielp | verleden tijd |
| is geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geholpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te helpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen helpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt helpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen helpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult helpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘bijstaan’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van helpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geholpen | voltooid deelwoord | helpen |
| helpe | aanvoegende wijs | helpen |
| helpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | helpen |
| hielp | verleden tijd | helpen |
| hielpen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | helpen |
| hielpt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | helpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van helpen zijn vastgelegd.