verheimelijken
werkwoordBetekenis
- geheimhouden, verzwijgen
Vervoeging van verheimelijken
verheimelijkenhele werkwoord — verheimelijkteverleden tijd enkelvoud — verheimelijktenverleden tijd meervoud — verheimelijktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verheimelijk | verheimelijkte |
| jij | verheimelijkt | verheimelijkte |
| hij, zij, het | verheimelijkt | verheimelijkte |
| wij | verheimelijken | verheimelijkten |
| jullie | verheimelijken | verheimelijkten |
| zij | verheimelijken | verheimelijkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verheimelijkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verheimelijkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verheimelijkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verheimelijkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verheimelijkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verheimelijkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verheimelijkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verheimelijkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verheimelijkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verheimelijkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verheimelijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verheimelijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheimelijk | gebiedende wijs |
| verheimelijke | aanvoegende wijs |
| verheimelijkend | onvoltooid, deelwoord |
| verheimelijkt | verleden tijd, deelwoord |
| verheimelijkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verheimelijkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verheimelijkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheimelijkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheimelijkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheimelijkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verheimelijkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verheimelijkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verheimelijkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verheimelijkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verheimelijkte | verleden tijd |
| waart verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verheimelijkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verheimelijkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verheimelijkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verheimelijkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verheimelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verheimelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verheimelijkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verheimelijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verheimelijkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verheimelijkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verheimelijkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verheimelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verheimelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verheimelijkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verheimelijkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van heimelijk met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verheimelijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verheimelijk | gebiedende wijs | verheimelijken |
| verheimelijke | aanvoegende wijs | verheimelijken |
| verheimelijkend | onvoltooid deelwoord | verheimelijken |
| verheimelijkende | woordvorm | verheimelijken |
| verheimelijkt | voltooid deelwoord | verheimelijken |
| verheimelijkte | verleden tijd | verheimelijken |
| verheimelijkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verheimelijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verheimelijken zijn vastgelegd.