Naar de inhoud

vergoddelijken

tot de status van een godheid verheffen

vergoddelijken

werkwoord

Betekenis

  1. tot de status van een godheid verheffen
  2. bovenmate bewierroken, uitzonderlijk lof toezwaaien

Vervoeging van vergoddelijken

vergoddelijkenhele werkwoord — vergoddelijkteverleden tijd enkelvoud — vergoddelijktenverleden tijd meervoud — vergoddelijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergoddelijk vergoddelijkte
jij vergoddelijkt vergoddelijkte
hij, zij, het vergoddelijkt vergoddelijkte
wij vergoddelijken vergoddelijkten
jullie vergoddelijken vergoddelijkten
zij vergoddelijken vergoddelijkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vergoddelijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergoddelijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergoddelijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergoddelijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergoddelijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergoddelijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergoddelijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergoddelijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergoddelijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergoddelijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergoddelijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergoddelijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoddelijk gebiedende wijs
vergoddelijke aanvoegende wijs
vergoddelijkend onvoltooid, deelwoord
vergoddelijkt verleden tijd, deelwoord
vergoddelijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergoddelijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergoddelijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoddelijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoddelijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoddelijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergoddelijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergoddelijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergoddelijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergoddelijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergoddelijkte verleden tijd
waart vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vergoddelijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vergoddelijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vergoddelijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergoddelijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vergoddelijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vergoddelijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergoddelijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vergoddelijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergoddelijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergoddelijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergoddelijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vergoddelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vergoddelijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergoddelijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergoddelijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van goddelijk met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vergoddelijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vergoddelijk gebiedende wijs vergoddelijken
vergoddelijke aanvoegende wijs vergoddelijken
vergoddelijkend onvoltooid deelwoord vergoddelijken
vergoddelijkende woordvorm vergoddelijken
vergoddelijkt voltooid deelwoord vergoddelijken
vergoddelijkte verleden tijd vergoddelijken
vergoddelijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vergoddelijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergoddelijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vergoddelijken

Wat betekent vergoddelijken?
Vergoddelijken is een werkwoord. Het woord betekent: tot de status van een godheid verheffen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vergoddelijken?
Je vervoegt vergoddelijken als volgt: de tegenwoordige tijd is vergoddelijk, de verleden tijd is vergoddelijkte en het voltooid deelwoord is vergoddelijkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergoddelijken is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. O 1
  6. D 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. L 3
  10. I 1
  11. J 4
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergoddelijken levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. O 1
  6. D 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. L 3
  10. I 2
  11. J 4
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 30 zonder bonus
  16. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergoddelijken in het kort

vergoddelijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vergoddelijken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vergoddelijken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vergoddelijken: tot de status van een godheid verheffen
Deel vergoddelijken — standaardnederlands.nl